In Eindhoven staat een markant beeld, in de vorm van een buste, van de oprichter van het concern Philips, Gerard Philips. Deze buste werd in 2023 geplaatst in het Gloeilampplantsoen, waar het drie jaar bleef staan voordat het verhuisde naar zijn definitieve plek; het nieuwe Victoriapark.
Het idee voor deze buste ontstond omdat Anton Philips al een statig beeld heeft voor het Centraal Station en Frits Philips een standbeeld op de Markt, terwijl Gerard Philips — de daadwerkelijke oprichter van het bedrijf — slechts met een plakkaat aan het Philips Museum werd herdacht. Dat werd als onvoldoende beschouwd voor iemand die zo’n bepalende rol heeft gespeeld in de ontwikkeling van Eindhoven. Philips besloot daarom dat ook Gerard een volwaardig eerbetoon verdiende. Het bedrijf schakelde kunstenaar Andreas Hetfeld in om een nieuw kunstwerk te ontwerpen. Dat resulteerde in de buste die vandaag de dag in het Victoriapark te bewonderen is.
Wie was Gerard Philips?
Gerard Leonard Frederik Philips werd op 9 oktober 1858 geboren in Zaltbommel. Hij was de oudste van negen kinderen van Frederik Philips en Maria (Betsy) Heyligers. Gerard had zes broers en twee zussen; twee van zijn broertjes overleden al voor hun tweede levensjaar, wat in de tabel zichtbaar is gemaakt.
De familie Philips had over meerdere generaties wereldwijd fortuin opgebouwd in de tabaksindustrie. Gerards overgrootvader Benjamin Philips (1767–1854) begon in 1795 met de handel in tabak. Zijn kinderen zetten dit werk voort en richtten in verschillende landen eigen tabaksbedrijven op. Lion Philips (1794–1866), de zoon van Benjamin en grootvader van Gerard, startte in Zaltbommel een tabakswinkel, pakhuis en fabriek, deze werden later overgenomen door zijn zoon Frederik (1830–1900), de vader van Gerard. Door deze activiteiten beschikte de familie al over een aanzienlijk vermogen en een uitgebreid netwerk van familiecontacten door heel Europa.
| Naam | Geboren op | Overleden op | Leeftijd |
|---|---|---|---|
| Leonard Henri Philips | 10 oktober 1859 | 22 maart 1861 | 1.5 jaar |
| Isabelle Philips | 13 mei 1861 | 16 februari 1948 | 86 jaar |
| Henri Louis Philips | 10 juni 1863 | 14 maart 1935 | 71 jaar |
| Frederik Anton Philips | 16 december 1864 | 20 oktober 1865 | 10 maanden |
| Jacques Philips | 28 februari 1870 | 22 augustus 1898 | 28 jaar |
| Eduard Josef Philips | 30 juni 1872 | 21 november 1967 | 95 jaar |
| Anton Frederik Philips | 14 maart 1874 | 7 oktober 1951 | 77 jaar |
| Marie Elisabeth | 1 april 1879 | 29 februari 1940 | 60 jaar |
Naast zijn activiteiten in de tabak was Frederik ook actief in de financiële sector. In 1871 nam hij een plaatselijk kassiersbedrijf over en richtte hij de bank ‘Fred. Philips’ op. Daarnaast handelde hij in tabaksmachines, een lucratieve tak die hem aanzienlijke inkomsten opleverde.
Gerards broer Henri Philips nam later de tabaksbedrijven en de bank van zijn vader over, en droeg deze vervolgens weer over aan zijn eigen zoon. De jongste broer, Anton Philips, stopte voortijdig met zijn studie aan de Amsterdamse Handelsschool en ging werken bij een effectenkantoor en later bij een handelsbank in Londen. Daar verbleef hij enkele jaren tussen andere Nederlandse bankiers. Uiteindelijk trad Anton in dienst bij zijn broer Gerard, waar hij met zijn opgedane kennis het bedrijf aanzienlijk zou laten groeien. Ook Henri en Eduard verrichtten later werkzaamheden voor het bedrijf van Gerard.
Lichtproductie
Frederik Philips kocht in 1871 de noodlijdende plaatselijke lichtgasfabriek. Het bedrijf verkeerde al langere tijd in moeilijkheden, mede door een conflict met de gemeente over de kwaliteit van de straatverlichting. Frederik probeerde de fabriek samen met een familielid, C.F. van Anrooy, nieuw leven in te blazen door prijsverlagingen en extra investeringen. Toen in 1877 de concessie moest worden verlengd, stelde de gemeente als voorwaarde dat het lichtnetwerk uitgebreid moest worden. Frederik vond de gevraagde prijs hiervoor te laag en tekende bezwaar aan. De gemeente wilde daarop de gasfabriek overnemen, maar beide partijen konden het niet eens worden over de prijs. Uiteindelijk richtte de gemeente een eigen gaslichtfabriek op, waardoor Frederik uit de markt werd gedrukt.
In 1880 presenteerde Thomas Edison zijn nieuwe uitvinding: de gloeilamp. Deze technologische doorbraak betekende het einde van de gasverlichting, Frederik besloot daarop zijn gasfabriek te verkopen. Dit avontuur plantte echter wel een zaadje bij Gerard, die het potentieel van elektrische verlichting inzag, een inzicht dat hij in de jaren daarna niet meer zou loslaten.
Studie
Ten tijde van de verkoop van het gaslichtbedrijf studeerde Gerard in Delft, waar hij aan de Polytechnische School een opleiding tot werktuigbouwkundig ingenieur volgde. Na zijn afstuderen liep hij stage bij scheepswerf De Schelde in Vlissingen. Vanuit daar werd hij naar Glasgow gestuurd, destijds het belangrijkste scheepsbouwcentrum ter wereld. In 1886 volgde Gerard een cursus Elektrisch licht en nam hij deel aan de researchgroep van de natuurkundige sir William Thomson (later bekend als Lord Kelvin), een van de grondleggers van de elektriciteitsleer en de theorie van het magnetisme. In datzelfde jaar leerde hij voldoende om in 1887 in dienst te treden bij de Anglo-American Brush Electrical Light Corporation, hierna ook wel Brush genoemd.
Gerard werd al snel naar Duitsland gestuurd, waar hij de macht van de grote elektrotechnische fabrikanten AEG en Siemens & Halske van dichtbij leerde kennen. Buitenlandse bedrijven waren daar niet welkom, en de Duitse industrie probeerde concurrenten actief uit de markt te drukken. Uiteindelijk moest Brush Duitsland verlaten. Ook in Engeland ontstonden problemen: Brush raakte verwikkeld in een juridisch conflict met concurrent Edison & Swan, omdat Brush gebruikmaakte van het Edison-octrooi zonder de rechten te bezitten. Door de bezuinigingen verloor Gerard zijn baan en keerde hij terug naar Zaltbommel.
In Nederland was de octrooiwet sinds 1869 buiten werking gesteld om de industrialisatie te stimuleren. Gerard stelde daarom aan de directie van Brush voor om de productie van lampen in Nederland voort te zetten. Tijdens deze onderhandelingen liet hij zich echter inhuren door Emil Rathenau om namens AEG te onderhandelen over de aanleg van het elektriciteitsnetwerk in Amsterdam. Toen de directie van Brush dit ontdekte, stopten zij de gesprekken en verbraken zij alle contact met de familie Philips.
Eigen gloeilampenfabriek
Gerard kon het idee van een eigen gloeilampenfabriek niet loslaten. Hij zocht de samenwerking met chemisch ingenieur Jan Jacob Reesse. In het souterrain van het huis van de familie Reesse in Amsterdam begonnen zij te experimenteren met een nieuw type gloeidraad, gebaseerd op een procedé dat Gerard tijdens zijn werk bij Brush had geleerd. Hierbij werd de draad getrokken uit een stroperig mengsel van cellulose en zinkchloride, terwijl de grote concurrent Edison gebruikmaakte van bamboevezel. Toen het procedé in 1890 voldoende was verfijnd, gingen ze op zoek naar de benodigde machines en naar iemand die de fabriek verder kon opzetten. De Duitser Emile Woschke werd aangenomen. In december bezocht Frederik Philips het project. Hij zag het niet zitten om te investeren in een onderneming met twee directeuren, waarna Reesse zich uit het bedrijf terugtrok.
Gerard keerde terug naar Zaltbommel, samen met de machines en Woschke. Aanvankelijk werkte hij verder in het washok achter het ouderlijk huis, maar al snel ging hij op zoek naar een geschikte locatie voor een echte fabriek. Samen met zijn vader vond hij een perceel in Breda, dat Frederik op 28 maart 1891 aankocht. Terwijl de bouwplannen werden voorbereid, kwam Frederiks neef Louis Redelé, zeepfabrikant in Eindhoven, op bezoek. Hij vertelde dat er in Eindhoven een leegstaande weverij te koop stond. Eindhoven bleek gunstiger dan Breda: er was een goede spoorverbinding met Duitsland, de lonen waren relatief laag en er was veel ervaren industriepersoneel beschikbaar. Gerard en Frederik besloten de overstap te maken. Op 27 april 1891 kocht Gerard de leegstaande weverij tijdens een openbare veiling. Een groot voordeel was dat het gebouw al beschikte over een stoommachine, iets wat in die tijd lang niet overal vanzelfsprekend was.
Op 15 mei 1891 richtten Gerard en zijn vader de firma Philips & Co op. Gerard zou het bedrijf gaan leiden; Frederik werd officieel directeur, maar hield zich minder bezig met de dagelijkse uitvoering. Wel bleef hij als geldschieter nauw betrokken en bezocht hij regelmatig de fabriek. In de jaren die volgden groeide het bedrijf snel, ondanks stevige concurrentie.
Tijdens de Eerste Wereldoorlog (1914–1918) kreeg Philips het zwaar te verduren. Veel halffabricaten kwamen uit Duitsland, maar door de oorlog was die aanvoer niet langer mogelijk. Gerard besloot daarom zelf een glasfabriek te bouwen, die razendsnel werd gerealiseerd. Ook werd geëxperimenteerd met het gas argon, dat het doorbranden van de gloeidraad sterk verminderde. Hiervoor werd een aparte fabriek opgezet. Zo kreeg Philips het volledige productieproces in eigen hand en kon het bedrijf verder experimenteren en innoveren.
In 1914 werd het Philips Natuurkundig Laboratorium (Natlab) opgericht. Gerard was ervan overtuigd dat dit essentieel was voor de continuïteit van het bedrijf. De herinvoering van de Nederlandse octrooiwet stimuleerde bovendien de opbouw van een eigen patentenportefeuille. Deze keuze leidde al snel tot belangrijke vindingen die het bedrijf veel zouden opleveren. Enkele voorbeelden:
- Röntgenbuizen (1917) — Philips kreeg de vraag of het kapotte röntgenbuizen kon repareren. Gerard vroeg de directeur van het Natlab dit te onderzoeken. Omdat er geen onoverkomelijke problemen waren, ging men aan de slag. Korte tijd later kwamen de eerste röntgenbuizen uit de fabriek, wat uiteindelijk zou leiden tot massaproductie en de opbouw van een complete medische tak binnen het bedrijf.
- Radiolampen (1918) — In 1918 kwam de vraag of Philips radiolampen kon produceren. Gerard vond dit een interessante uitdaging en gaf het Natlab opdracht deze te ontwikkelen. Toen in 1921 zowel de Belgische overheid als een Franse radiofabrikant elk vijfduizend lampen bestelden, kon een fabricagelijn worden opgezet. Deze ontwikkeling vormde de basis voor Philips’ latere productie van radio’s, een markt waarin het bedrijf sterk zou groeien.
Pensioen
Gerard maakte de verdere uitbouw van de medische tak en de radioproductie binnen Philips niet meer mee. In 1922 ging hij met pensioen. Samen met zijn vrouw Johanna van der Willigen, met wie hij in 1896 was getrouwd, verliet hij Eindhoven. Hij verkocht zijn villa Vijverhof aan de Vestdijk, inclusief huisraad en negen bouwterreinen die hij in de stad bezat. Daarna woonde hij afwisselend in Frankrijk, Italië en Zwitserland.
Op het moment van zijn pensionering telde Philips ongeveer 5.500 werknemers. Hoewel hij zich terugtrok uit de dagelijkse leiding, bleef Gerard als commissaris aan het bedrijf verbonden. Onder leiding van zijn broer Anton sloeg Philips nieuwe wegen in, waaronder de productie van radiolampen en röntgenbuizen.
Op 26 januari 1942 overleed Gerard op 83‑jarige leeftijd in Den Haag, vier dagen na het overlijden van zijn vrouw. Het echtpaar had geen kinderen. Kort voor zijn dood stuurde Gerard nog een brief aan Anton, waarin hij somber schreef over zijn gezondheid en liet blijken dat de Duitse bezetting zwaar op hem drukte. Gerard koos ervoor om samen met zijn vrouw begraven te worden bij zijn familie in Zaltbommel.
Het kunstwerk
Het idee voor een nieuw kunstwerk ontstond omdat er in Eindhoven al standbeelden bestaan van zowel Anton als Frits Philips, maar Gerard Philips (de grondlegger van het concern) slechts met een plakkaat aan het Philips Museum werd herdacht. Dat werd als te summier ervaren voor iemand die zo’n bepalende rol heeft gespeeld in de ontwikkeling van het bedrijf én de stad. Daarom besloot Philips dat er een nieuw eerbetoon moest komen.
Een traditioneel standbeeld vond men echter niet meer van deze tijd. Zulke beelden hebben vaak een beperkt imago en veel voorbijgangers weten niet eens meer wie er is afgebeeld. Philips ging daarom op zoek naar een kunstenaar die een eigentijdse, betekenisvolle vorm kon geven aan het eerbetoon. Die zoektocht leidde naar kunstenaar Andreas Hetfeld, die unaniem werd geselecteerd door een kunstcommissie bestaande uit stedenbouwkundige en landschapsarchitect Adriaan Geuze, adviseur kunst en ruimte bij Kunstloc Brabant Netty van de Kamp, en vertegenwoordigers van Philips.
Hetfeld kwam met het idee voor een monumentale buste van Gerard Philips, een sculptuur waar je doorheen kunt lopen, waardoor het kunstwerk fungeert als een ‘Poort naar de Toekomst’. Het kunstwerk zou een plek krijgen in het toekomstige Victoriapark, waar Gerard uitkijkt over de Gender die hier weer bovengronds komt te stromen over het voormalige Philipsterrein. Tegelijkertijd kijkt hij naar het gebied tussen de Emmasingel en de Wielewaal, het gebied dat hij destijds aankocht voor de uitbreiding van het bedrijf.
Dit gebied is tegenwoordig niet meer in handen van Philips, maar het is uitgegroeid tot een gebied met veel diversiteit, met sociale woningbouw, innovatieve bedrijven en een groot stadspark. Moderne architectuur en historische Philips‑elementen komen er samen, waardoor de geschiedenis van het concern nog altijd zichtbaar is.
Gerard kijkt in dit plan letterlijk én symbolisch naar de toekomst die hij mede heeft vormgegeven. Want zonder zijn besluit om het bedrijf in Eindhoven te vestigen, waren er geen Philipsfabrieken geweest, geen Natuurkundig Laboratorium (NatLab), geen universiteit, geen Brainport, etc. Eindhoven zou nog steeds Eindhoven zijn geweest, maar niet het Eindhoven dat we vandaag kennen.
Aanbieden cadeau
In 2021, toen Philips zijn 130‑jarig bestaan vierde, maakte het bedrijf de plannen voor het kunstwerk bekend aan de gemeente. Het was bedoeld als een cadeau aan de stad.
Volgens Sylvia van Es, president Philips Nederland: “Zonder Gerard Philips was het bedrijf Philips er niet, waren er geen onderzoekscentra en was er geen Brainport Eindhoven. En nu is er zoveel talent en innovatie in deze regio; dat moet gevierd worden. Het eren van Gerard met een kunstwerk zie ik als inspiratie voor de toekomst van innovatie en ondernemerschap in de regio, maar ook daarbuiten.”
Het gemeentebestuur reageerde enthousiast. De toenmalige burgemeester John Jorritsma noemde het kunstwerk “een grote waardering voor de man Gerard Philips en de betekenis die hij heeft gehad voor onze stad.”
De kunstenaar
Andreas Hetfeld (1965) is een Duits‑Nederlandse kunstenaar die bekendstaat om zijn monumentale sculpturen, ruimtelijke installaties en kunstwerken die de relatie tussen mens, geschiedenis en omgeving onderzoeken. Hij groeide op in Duitsland en volgde zijn kunstopleiding aan de Hogeschool voor de Kunsten Arnhem, waar hij zich ontwikkelde tot een kunstenaar met een sterke focus op vorm, materiaal en beleving in de openbare ruimte.
Hetfeld werkt veel met cortenstaal, brons en hout, materialen die door hun structuur en veroudering een eigen karakter krijgen. Zijn kunstwerken kenmerken zich door een gelaagde opbouw, een duidelijke aandacht voor ambacht en een sterke verbinding met de plek waarvoor ze worden gemaakt. In zijn werk speelt hij vaak met schaal, perspectief en toegankelijkheid: veel van zijn sculpturen nodigen bezoekers uit om erdoorheen te lopen of ze van binnenuit te ervaren.
Hij verwierf landelijke bekendheid met het grote Romeinse masker 'Het gezicht van Nijmegen' op het eiland Veur-Lent, dat een iconisch herkenningspunt werd. Zijn werk wordt regelmatig geprezen om de manier waarop het geschiedenis, identiteit en landschap samenbrengt.
Opbouw van het kunstwerk
De buste is opgebouwd uit 496 staalstroken van cortenstaal, een materiaal dat door zijn roestbruine kleur een warme, natuurlijke uitstraling krijgt. De stroken creëren een gelaagdheid die het mogelijk maakt om het kunstwerk in de avond sfeervol te verlichten. Tegelijkertijd verwijzen de lagen naar de medische wereld van Philips: het bedrijf staat bekend om zijn CT‑scanners, die het menselijk lichaam in dwarsdoorsneden zichtbaar maken. Door deze scans samen te voegen ontstaat een compleet beeld. De buste van Gerard is op vergelijkbare wijze opgebouwd uit afzonderlijke ‘doorsneden’.
Het vervaardigen van het beeld is een flinke klus. Elke laag wordt afzonderlijk gemaakt en moet exact op de juiste positie op de vorige laag worden geplaatst. In eerste instantie was het de bedoeling om de lagen direct op elkaar te monteren, maar dat zou kunnen leiden tot spleetcorrosie, wat het kunstwerk op termijn zou aantasten. Daarom is gekozen voor kleine afstandhouders tussen de platen. Hierdoor blijft er een smalle ruimte tussen de lagen, wat het risico op corrosie vermindert én het beeld een meer open, bijna zwevend karakter geeft.
Omdat het kunstwerk te groot is om in het atelier te bouwen, is uitgeweken naar een scheepswerf in Millingen, waar tussen de schepen voldoende ruimte is om de volledige constructie op te bouwen. Het kunstwerk wordt uiteindelijk 7 meter hoog, 8 meter breed en zal ongeveer 22 ton wegen. Om het transport mogelijk te maken, wordt het opgebouwd in drie delen, die in Eindhoven weer tot één geheel worden samengevoegd.
Eind april 2023 gaat het kunstwerk op transport. Per schip wordt het naar Zaltbommel gebracht, waar het in het weekend blijft liggen. De inwoners van Zaltbommel kunnen in die dagen genieten van de imposante buste van de Philips‑oprichter, die in hun stad werd geboren. Op maandag 1 mei worden de drie delen op twee vrachtwagens geladen en vertrekt het kunstwerk richting Eindhoven.
Onthulling
Op 15 mei 2023, wanneer het bedrijf Philips 132 jaar bestaat, wordt het kunstwerk officieel overhandigd aan de burgemeester van Eindhoven. Het staat op dat moment in het Gloeilampplantsoen, een tijdelijke locatie omdat het Victoriapark nog niet gereed is. Vanaf deze plek kijkt Gerard uit over Strijp‑S, Eindhoven en uiteindelijk de Emmasingel, precies richting het fabriekje waar hij in 1891 begon.
Gerard wordt vanaf zijn tijdelijke plek op diepladers gehesen om te verhuizen naar zijn definitieve plek.
Verhuizing naar definitieve plek
Op 9 april 2026 gaat het kunstwerk opnieuw op transport, ditmaal naar zijn definitieve locatie in het Victoriapark. In de vroege ochtend verzamelt een klein groepje mensen zich rondom het kunstwerk en wordt alles in gereedheid gebracht om de drie delen op twee vrachtwagens te laden. Na enkele uren staat alles vastgesjord en begint de tocht door Eindhoven. De route kent enkele obstakels: zo moet het kunstwerk onder het Strijps Bultje door en via de rotonde bij de Cederlaan de Rondweg op. Toch verloopt de rit voorspoediger dan verwacht en arriveert het kunstwerk eerder dan verwacht op zijn eindbestemming.
Onder het toeziend oog van vele belangstellenden wordt het beeld op zijn definitieve plek gehesen. Vanaf dat moment kijkt Gerard uit over wat hij in Eindhoven heeft helpen opbouwen. Het park zelf is nog niet klaar, pas over een jaar kunnen bezoekers genieten van het groen en van de Gender die door het park zal stromen, maar Gerard staat al trots op zijn nieuwe plek.
Gerard is eindelijk ‘thuis’ gekomen.
Onder grote belangstelling wordt het beeld op zijn definitieve plek geplaatst.
Bronnen
Tijdens het onderzoek naar Gerard Philips is de hulp ingeroepen van het Philips Museum, dat de vraag heeft doorgestuurd naar de Philips Company Archives. Vanuit daar werd het boek Philips, familie van ondernemers aangeraden, waarin veel waardevolle informatie over de familie is teruggevonden.
Ook heeft kunstenaar Andreas Hetfeld inzage gekregen in de tekst over het kunstwerk; een reactie daarop is vooralsnog niet ontvangen. Wanneer in de toekomst nieuwe informatie beschikbaar komt, zal deze pagina worden aangevuld.
Website's:
- https://www.geni.com/people/Benjamin-Frederik-David-Philips/6000000018260483880
- https://www.philips.nl/a-w/philips-museum/verhalen/gerard-philips.html
Boeken en andere papieren media
- Philips, familie van ondernemers, geschreven door Jan Paulussen, uitgegeven door Kimabo. ISBN 9789490920098
- Eindhoven met het oog op Strijp
- Diverse artikelen uit het Eindhovens Dagblad
- De Rondweg, 10 jaar de verschillen in beeld
De Rondweg, 10 jaar de verschillen in beeld.
Sinds 2013 loopt Jasper Scheffers elk jaar op Hemelvaartsdag of met Pinksteren de volledige Rondweg van Eindhoven. Tijdens deze wandelingen legt hij niet alleen de weg zelf vast, maar ook de omgeving eromheen. In de loop der jaren is zo een uniek beeld ontstaan van de veranderingen in en rond de stad.
De Rondweg verbindt alle stadsdelen met elkaar en vormt daarmee één van de belangrijkste verkeersaders van Eindhoven. Elk deel van de stad heeft z’n eigen karakter, wat goed zichtbaar in deze bijzondere weg.
Na tien jaar – in 2023 – besloot Jasper zijn werk te bundelen. Dit resulteerde in een boek vol foto's van de Rondweg en haar omgeving. Bij elke foto wordt extra achtergrondinformatie gegeven, waardoor het niet alleen een visueel verslag is, maar ook een verdiepend inkijkje in de ontwikkeling van Eindhoven als geheel.
Een bijzonder boek voor iedereen met hart voor de stad – dit mag niet ontbreken in de kast van een echte Eindhoven-liefhebber.
Eindhoven met het Oog op Strijp
Met het oog op Strijp biedt een inkijkje in de ontwikkeling van dit stadsdeel sinds het begin van deze eeuw. Eindhoven heeft in de afgelopen decennia een ongekende transformatie ondergaan. Allerlei voorbeelden van grote en kleine veranderingen in de wijken en de buurten van Woensel-Zuid worden in dit boek beschreven.
Dit boek is het derde deel van een serie boeken over de zeven stadsdelen van Eindhoven. Medewerkers van de Stichting Eindhoven in Beeld vertellen over de historie en over recente ontwikkelingen in de wijken en de buurten van de stad.
De verhalen worden voorzien van historisch en nieuw beeld uit het rijke archief van Eindhoven in Beeld.
Reactie plaatsen
Reacties